
Maria (staande, armen geopend)
Vermoedelijk een voorstelling van Maria in een verheven, devotionele houding, mogelijk verwijzend naar de Tenhemelopneming of als orante (biddende figuur).
Materiaal en techniek
Gesneden hout met resten van polychromie en sporen van oorspronkelijke beschildering
Afmetingen en gewicht
Hoogte: 34 cm
Breedte: 21 cm
Herkomst
Frankrijk
Datering
Circa 1750 – 1790
Beschrijving
Dit houten beeld toont Maria in een open, opwaarts gerichte houding, met beide armen uitgespreid. Deze gebaarstaal – uitnodigend en tegelijkertijd verheven – suggereert een moment van spirituele overgave of verheffing. De houding kan worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar de Tenhemelopneming, maar evenzeer naar Maria als voorspreekster, die zich tot de hemel richt en tegelijkertijd de gelovige omvat.
De vormgeving van het beeld is krachtig en direct. De relatief eenvoudige snit van het hout, gecombineerd met de duidelijke plooival van het gewaad, wijst op een laat-18e-eeuwse volksdevotionele traditie. De draperieën vallen in brede, ritmische banen langs het lichaam, waarbij de beweging van de stof de opwaartse dynamiek van het gebaar versterkt.
Opvallend is de staat van de polychromie. De oorspronkelijke beschildering is grotendeels afgesleten, waardoor het hout zichtbaar is geworden en het beeld een uitgesproken materiële aanwezigheid krijgt. Resten van lichtere tinten en mogelijk vergulding suggereren een ooit rijker kleurgebruik. Deze slijtage draagt bij aan de expressiviteit: het beeld toont niet alleen Maria, maar ook de tijd zelf.
Het gelaat is enigszins vervaagd, wat de individualiteit van de figuur vermindert en haar juist een meer universele, bijna tijdloze uitstraling geeft. Hierdoor verschuift de nadruk van portret naar gebaar en betekenis.
Context en betekenis
Binnen de katholieke beeldtraditie is Maria niet alleen moeder, maar ook bemiddelaar tussen mens en goddelijke. In deze voorstelling wordt dat zichtbaar in haar open houding: zij ontvangt en geeft tegelijk. Het uitgespreide gebaar fungeert als visuele brug tussen aarde en hemel.
In de laat-18e-eeuwse Franse context, waarin religieuze beelden vaak een plaats hadden in zowel kerkelijke als huiselijke devotie, vervulde een dergelijk beeld een directe, persoonlijke functie. Het diende niet alleen als object van verering, maar ook als visueel anker voor gebed en contemplatie.
Vandaag wordt het beeld gelezen binnen een bredere context: als een representatie van vrouwelijke aanwezigheid, openheid en kracht. De combinatie van kwetsbaarheid (door slijtage) en monumentaliteit (door houding) maakt het tot een intrigerend object binnen de tentoonstelling Maria – Beeld van een vrouw.