
2 Maria met Kind (Regina Coeli – Koningin van de Hemel)
Staand Mariabeeld met het Christuskind op de arm, gekroond als hemelse koningin.
Materiaal en techniek
Gesneden hout met oorspronkelijke polychromie en resten van vergulding
Afmetingen en gewicht
Hoogte: 42 cm
Breedte: 12 cm
Herkomst
Waarschijnlijk Zuid-Duitsland of Oostenrijk, 18e eeuw (indicatief)
Beschrijving
Dit fijn gesneden houten beeld toont Maria als hemelkoningin, staand en licht contrapostisch, met het Christuskind rustend op haar linkerarm. Beide figuren dragen een kroon, waarmee hun goddelijke status en koninklijke waardigheid worden benadrukt.
Maria houdt in haar rechterhand een scepter, bekroond met een stervormig element, een attribuut dat haar rol als koningin van de hemel en als leidster van de gelovigen onderstreept. Haar houding is tegelijkertijd statig en toegankelijk: de lichte draaiing van het lichaam en de zachte gezichtsuitdrukking geven het beeld een menselijke nabijheid.
Het Christuskind is levendig weergegeven, met een zegenend gebaar en een open, bijna speelse houding. De interactie tussen moeder en kind is informeel en direct, wat typerend is voor de meer affectieve devotionele beeldtaal van de barok en late barok.
De draperieën zijn rijk uitgewerkt, met vloeiende plooien en een duidelijke ritmiek. De oorspronkelijke polychromie — met diepe groentinten, rood en blauw, geaccentueerd door vergulding — is grotendeels bewaard gebleven. Slijtage, verfverlies en gebruikssporen versterken het historische karakter en getuigen van langdurig devotioneel gebruik.
Aan de voet van het beeld bevindt zich een maansikkel met een slangachtig monster, een iconografisch motief dat verwijst naar Maria als de Onbevlekte Ontvangenis, die het kwaad overwint.
Context en betekenis
Dit type voorstelling combineert verschillende Maria-iconografieën: Maria als Moeder Gods, als Regina Coeli (Koningin van de Hemel) en als de vrouw uit de Apocalyps. De maansikkel en het overwonnen monster verwijzen naar haar rol in de strijd tegen het kwaad, terwijl het kind haar functie als moeder en bemiddelaar tussen hemel en aarde benadrukt.
Binnen de katholieke devotiecultuur dienden dergelijke beelden als focuspunten voor persoonlijk gebed en verering. Door de combinatie van majesteit en intimiteit spreekt het beeld zowel het geloof als de emotie van de beschouwer aan.
De zichtbare gebruikssporen maken duidelijk dat het beeld niet louter als kunstobject functioneerde, maar als levend onderdeel van religieuze praktijk — een object van aanraking, nabijheid en herhaalde aandacht.